STELLING 1
MILLENNIUMDOELSTELLING 1: NIEMAND OP AARDE HOEFT IN 2055 IN ARMOEDE TE LEVEN EN HONGER TE LIJDEN
Twee factoren gooien roet in het eten bij het bestrijden van de armoede en honger: de snelle bevolkingsgroei in met name de armste landen en de huidige mondiale economische crisis die vooral de armsten treft. Het maakt niet alleen het halen van de doelstellingen in 2015 moeilijker, ook gaat het ten koste van de geloofwaardigheid van zulke doelen. Immers, als de doelen, ondanks de plechtige beloften van de 189 regeringsleiders in 2000, toch niet gehaald worden, waar moet je als goedwillende burger dan nog in geloven? Toch moeten wij blijven geloven in een wereld zonder armoede en honger: wij hebben geen keuze. Als 2015 niet lukt, dan moet 2055 maar lukken. Het voordeel is dat met een verlenging van 40 jaar ook de doelstellingen mogen worden bijgesteld.
Veel van de acht millenniumdoelen zijn op verschillende manieren met elkaar verbonden. Zo vloeit armoede deels voort uit geen of te weinig onderwijs. En de mensonwaardige leefomstandigheden in sloppenwijken zijn verantwoordelijk voor het ziek worden en onnodig overlijden van veel jonge kinderen. Schoon water, een goede sanitatie, en goede voorlichting hoe je ziekte kunt voorkomen, zijn van essentieel belang om te overleven.
Ook honger hebben is een kwestie van armoede. Honger heeft echter ook te maken met niet toereikende landbouwmethoden, een ongelijke verdeling van landbouwgrond, en beperkte kredietmogelijkheden van kleine boeren. Maar honger is ook het gevolg van dingen als een dreigend tekort aan fosfaat op de wereld. Hierdoor komt de productie van kunstmest in gevaar, waardoor boeren minder produceren.
Geen armoede en honger meer in de wereld: het zou prachtig zijn als dat zou lukken. Het mooie is dat het kan, als wij dat willen. Want het al of niet halen van de acht bijgestelde doelstellingen voor 2055 is vooral een kwestie van politieke wil. Er is voldoende voedsel op aarde om elke mond te voeden, als wij willen. En alle kinderen gaan naar school tot hun zestiende, als wij willen. Er zijn voldoende medicijnen om iedereen te genezen, als wij willen. De vraag is: willen wij?
STELLING 2
DE VERBETERING VAN HET ONDERWIJS ZAL EEN ENORME VERSCHUIVING BETEKENEN TUSSEN RIJKE EN ARME LANDEN EN LEIDEN TOT EEN NIEUWE BALANS
Volgens de VN steeg tussen 2000 en 2007 het percentage kinderen met een afgeronde basisonderwijsopleiding van 83% naar 87%. En het mooiste is dat dit percentage in de armste gebieden, zoals de landen van Sub-Sahara Afrika, het hardste steeg.
Het secundair onderwijs verdient daarom nu en in de toekomst aandacht te krijgen, zegt Lindy van Vliet onderwijsdeskundige van Oxfam Novib: “Wij blijven ons bezighouden met het basisonderwijs, maar tegelijkertijd willen wij graag dat er een universele leerplicht tot 16 jaar komt. Op de basisschool leren kinderen basisvaardigheden als lezen, schrijven en rekenen. Pas als ze secundair onderwijs krijgen, leren ze echt wat. Maar op het punt van overgang van de basisschool naar het secundair onderwijs haken veel kinderen, vaak meisjes, af. Daarom is Oxfam Novib druk bezig met het versterken van maatschappelijke organisaties in ontwikkelingslanden, zodat deze in hun landen kunnen lobbyen om een leerplicht tot 16 jaar in te stellen. Het is enorm belangrijk dat deze organisaties druk uitoefenen bij hun overheid, want de overheid is de enige die de wet kan veranderen.
In vergelijking met het basisonderwijs heeft het secundair onderwijs in ontwikkelingslanden zijn specifieke problemen: er zijn vaak te weinig schoolgebouwen voor de secundaire scholen in ontwikkelingslanden, het is soms onveilig voor meisjes; ouders houden hun dochters liever thuis, dan dat ze soms kilometers moeten lopen door onveilige gebieden. Vaak is secundair onderwijs privé-onderwijs: en dat is voor veel mensen veel te duur. Om het secundair onderwijs beter toegankelijk te maken voor meer kinderen zijn partnerorganisaties aan het experimenteren met lesgeven op afstand (distance learning), via Internet, etc.”
“Het is jammer dat het onderwijs vaak als eerste de dupe is van bezuinigingen. Dat zie je nu ook in Nederland met het bezuinigen op het budget van het Ministerie van Ontwikkelingssamenwerking. Vooral op onderwijsprojecten en –programma’s wordt beknibbeld. Dit terwijl toch genoegzaam bekend is dat investeringen in het onderwijs op de langere duur veruit het beste zijn voor de sociaal-economische ontwikkeling van een land.”
STELLING 3
VROUWEN ZULLEN IN 2055 EEN MEERDERHEID HEBBEN IN DE TOP VAN HET PUBLIEKE BESTUUR EN HET BEDRIJFSLEVEN.
“Om doelstelling 3 te bereiken moet je in ieder geval de man betrekken bij de emancipatie van de vrouw”, zegt Maaike van Adrichem, medewerker van de humanistische ontwikkelingsorganisatie HIVOS. “Dat klinkt wat paradoxaal, misschien, maar zonder man lukt het niet. De man moet ervan doordrongen worden dat hij hard nodig is bij de emancipatie. Het heeft geen zin om een vrouw te vertellen hoe ze veilige seks heeft of hoe ze veilig kan bevallen als haar man dat ook niet weet.”
ik de doelstelling graag veel breder nemen en niet alleen opkomen voor de gelijke behandeling vrouwen, maar deze doelstelling ook proberen te verwezenlijken voor allerlei seksuele minderheden. Dat is gelijk veel ambitieuzer en dus moeilijker om te realiseren, dat besef ik ook wel, maar als je toch praat over emancipatie, waarom dan niet gelijk zo breed mogelijk te werk gaan?
Spijkerbroek
Over het ‘spijkerbroek’-incident in Soedan (waar een tiental vrouwen die een spijkerbroek droegen, opgepakt werden en stokslagen kregen), zegt Van Adrichem: “Zoiets is natuurlijk schandalig, middeleeuws bijna. Maar juist daarom is het nodig dat Nederland op internationale fora zijn stem verheft en de Soedanese regering duidelijk maakt dat zoiets niet kan. Net zoals het nodig is om telkens weer de Taliban te kapittelen over de manier waarop zij vrouwen behandelen. Maar uiteindelijk moet ook in Soedan de vrouwenemancipatie van ‘binnenuit komen’. Je bereikt het niet door, bijvoorbeeld, een goede wetgeving te maken, terwijl de algehele sfeer toch vrouw-onvriendelijk is. Maar goed, we hebben nog meer dan 40 jaar om de emancipatie van de vrouw te bewerkstelligen. Dat moet lukken”, besluit Van Adrichem strijdlustig.
STELLING 4
ONNODIGE KINDERSTERFTE (DOOR DIAREE, KINDERZIEKTEN, MALARIA) IS IN 2055 UITGEBANNEN DOOR WERELDWIJDE GRATIS GEZONDHEIDSZORG
Millenniumdoelstelling 4 voor 2015 is een van de doelen waarmee echte vorderingen worden gemaakt. “Het aantal sterfgevallen onder kinderen jonger dan 5 jaar daalde van 12,6 miljoen in 1990 naar 8,8 miljoen in 2008”, vertelt Mark Wijne, senior officer van Unicef-Nederland. “En het mooie is dat de kindersterfte ieder jaar verder afneemt. Toch is het wrang dat ook dit jaar bijna tweederde van deze sterfgevallen voorkomen had kunnen worden door het nemen van meer preventieve maatregelen, zoals het geven van borstvoeding, het op tijd vaccineren van kinderen, het eten van gezonder voedsel en een betere hygiëne. Want waaraan sterven er jaarlijks toch nog zes miljoen kinderen? Aan ziektes als longontsteking, diarree, malaria of als gevolg van Hiv/aids. Twee miljoen kinderen overlijden, omdat ze niet zijn gevaccineerd. En één op de drie kinderen is ondervoed. Ze zijn al zwak en als ze ziek worden, hebben ze nauwelijks weerstand om te herstellen. Gelukkig is het bestrijden van ernstige ziekten als malaria en Hiv/aids ook een Millenniumdoelstelling, namelijk doel 6. Hierdoor weten we in ieder geval dat het terugdringen van deze ziekten veel aandacht krijgt.
Ook slechte hygiënische omstandigheden zijn een groot gevaar voor de gezondheid van kinderen. In veel landen is een gebrek aan veilig drinkwater en het ontbreken van goede toiletten ervan de oorzaak dat kinderen overlijden aan diarree. Ook hier geldt dat het verbeteren van de leefomstandigheden een andere Millenniumdoelstelling is, namelijk doel 7.
Daarnaast overlijden jaarlijks een half miljoen zwangere vrouwen in het kraambed of vlak erna vanwege slechte hygiëne. Het verbeteren van de omstandigheden waarin zwangere vrouwen verkeren is tevens een doelstelling, namelijk doel 5.
In totaal wordt er vanuit drie andere doelstellingen – de Doelen 5, 6 en 7 – hard gewerkt om Doel 4 te behalen.
Wat doet Unicef concreet?
“Samen met regeringen, (inter-)nationale gezondheidsinstanties en hulporganisaties werken wij aan toegang tot goede zorg voor alle kinderen”, vertelt Wijne. “Wij stellen nationale gezondheidsprogramma’s op en ondersteunen deze waar nodig. Wij zetten grote inentingscampagnes op voor kinderen. Zo beschermen wij jaarlijks miljoenen kinderen tegen polio, mazelen, kinkhoest, tuberculose, tetanus en difterie. Unicef organiseert nationale Child Health Days om kinderen op grote schaal in te enten. Wij geven voorlichting over gezondheid en vitamines en wij verstrekken malarianetten. Wij geven voorlichting aan zwangere vrouwen over hygiëne. Wij promoten borstvoeding en helpen moeders die problemen hebben met voeden. Een kind dat moedermelk krijgt, heeft een betere weerstand tegen infectieziekten en allergieën. Als alle baby’s die dit jaar geboren zijn de eerste zes maanden alleen borstvoeding krijgen, spaart dat dit jaar het leven van ruim 1,7 miljoen kinderen. Wij helpen zwangere, hiv-positieve vrouwen gezonde baby’s te krijgen. Als ze de juiste medicijnen en zorg krijgen, hebben de moeders 98 procent kans op een hiv-vrije baby.
Wij verstrekken op grote schaal voedingssupplementen en therapeutische voeding aan ondervoede kinderen en foliumzuur aan zwangere vrouwen. Wij zorgen voor veilig drinkwater en schone toiletten voor kinderen, onder andere op scholen. En wij leren kinderen op school hoe belangrijk hygiëne is.
Wat heeft Unicef bereikt?
40 procent van alle kinderen wereldwijd wordt met door Unicef geleverde vaccins ingeënt en van vitamine-A supplementen voorzien. In 1988 waren er wereldwijd nog 350.000 poliogevallen, in 2006 nog 2000. In 1970 werd slechts 10 procent van de kinderen wereldwijd gevaccineerd tegen zes ziekten (Kinkhoest, TBC, Tetanus, Polio, Mazelen en Difterie) nu is dat bijna 80 procent.
Ready-to-Use-Food
Ook Artsen zonder Grenzen (AzG) draagt haar steentje bij aan het bestrijden van de kindersterfte in gebieden waar alleen noodhulp kan worden gegeven. Ondervoede kinderen krijgen zogenaamd ‘ Ready-to-Use-Food (RUF): voedzaam en gebruiksklaar voedsel, bestaande uit een pasta op basis van onder meer pinda’s. Het is verpakt in individuele porties en bevat alle nodige voedingsstoffen, vitamines en mineralen die een jong kind nodig heeft. Tot dusverre kwamen alleen ernstig ondervoede kinderen in aanmerking voor deze gebruiksklare voedingspakketjes, maar nu is ook besloten dat kinderen met honger van deze RUF-pakketten gebruik mogen maken van dit voedsel. Hierdoor worden hongerige kinderen weerbaarder tegen ziekten, waardoor de kindersterfte verder gereduceerd kan worden, volgens AzG.
STELLING 5
IN 2055 IS HET ONDENKBAAR DAT EEN MORAAL DIE ZWANGERE VROUWEN LAAT STERVEN DOOR ONVOLDOENDE ZORG (TIJDENS DE BEVALLING OF DAARNA) NOG BESTAAT.
Volgens Kathy Herschderfer (KIT) bestaat er geen eenduidige oplossing voor de hoge moedersterfte: “De overheid moet zijn verantwoordelijkheid nemen en laten zien dat het leven van vrouwen en kinderen ertoe doet. Een van de belangrijkste redenen waarom het niet lukt, is dat er te weinig aandacht aan wordt geschonken. En dat heeft weer te maken met de positie van de vrouw en een gebrek aan emancipatie. Ik denk dat het belang van een vrouwenleven wordt onderschat door de maatschappij. Hoe meer wij dat belang zichtbaar kunnen maken, hoe meer aandacht er voor vrouwensterfte komt. Maar eigenlijk gaat het niet om vrouwensterfte, maar om de waarde die vrouwen hebben voor de maatschappij. Wij zijn nu bezig modellen te ontwikkelen die laten zien hoeveel geld de vrouwensterfte de maatschappij elk jaar kost. In veel landen zijn vrouwen verantwoordelijk voor economische groei. Als zij wegvallen kost dat veel geld, net zoals vrouwen binnen het gezin ook van onschatbare waarde zijn. Zo is algemeen bekend dat kinderen die opgroeien in een gezin zonder moeder, eerder van school gaan. Dat kost de maatschappij ook weer geld.
Wil je de vrouwensterfte terugdringen, dan hoort daar ook bij dat zij universeel toegang hebben tot anti-conceptie. Dit zal de moedersterfte met eenderde reduceren. Over het algemeen geldt dat als de vrouwensterfte afneemt, dit een teken is dat het volksgezondheidssysteem beter werkt.”
Adopteer een vroedvrouw
Een simpel, maar in zijn simpelheid briljant initiatief komt van de Nederlandse vroedvrouw Roos Ament. Zij richtte begin 2009 ‘Adopteer een vroedvrouw’ op, een organisatie die het schrikbarende tekort aan vroedvrouwen in veel Derde-Wereldlanden wil terugbrengen. Ament vertelt over de noodzaak van veel meer vroedvrouwen in veel Derde Wereldlanden. “‘Every village a midwife’ was een tijdlang de slogan van de WHO (De Wereldgezondheids organisatie). En terecht als je nagaat dat bij 15 procent van de zwangere vrouwen – een cijfer dat wereldwijd geldt- een complicatie gaat optreden, waarbij bijvoorbeeld een bloedtransfusie of een keizersnede moet worden uitgevoerd. In landen als Ethiopië zijn er gewoonweg te weinig klinieken en ziekenhuizen die dat veilig kunnen doen. Het gevolg is dat er veel vrouwen sterven.
Daarnaast valt er veel te winnen met een goede voorlichting. Eenderde van de moedersterfte wordt veroorzaakt door onveilige abortussen. Daarnaast zijn ook genderongelijkheid en het geen toegang hebben tot anti-conceptie oorzaken van te vroege sterfte van vrouwen. En als je dan weet dat er op dit moment weer 150 ministers van gezondheid hierover zitten te vergaderen in Addis Abeba… In het Hilton of het Sheraton… Tel uit je winst. Met het geld dat zo’n conferentie kost, zouden misschien wel 100 vroedvrouwen opgeleid kunnen worden. Als ze dat nou eens deden, dan komt er misschien nog eens wat garen op de klos.”
STELLING 6
DE MEDISCHE WETENSCHAP ZAL DOOR DNA ONDERZOEK EN DE KENNIS VAN STAMCELLEN DUSDANIG GROTE SPRONGEN MAKEN DAT DODELIJKE PANDEMIEËN IN 2055 KUNNEN WORDEN BEHEERSD
Sinds 1977 zijn pokken de wereld uit. Dat wil zeggen: alleen in een paar streng beveiligde laboratoria wordt het pokkenvirus nog bewaard. Het was de eerste en helaas meteen ook de laatste keer dat de mensheid een dodelijke virusziekte heeft uitgeroeid. Of het ook lukt om ziekten als Hiv/aids en malaria de wereld uit te krijgen, is onduidelijk: het uitroeien van pokken was mogelijk doordat er een vaccin tegen was ontwikkeld. Tegen aids en malaria bestaat (nog) geen vaccin.
“Toch kan het, in ieder geval voor Hiv/aids”, zegt Joep Lange, verbonden aan het AMC en dé Hiv/aids expert in Nederland, “Maar dan moet de wereld wel willen. Er is veel tijd verloren gegaan met het wachten op een vaccin. Dat vaccin komt er hoogstwaarschijnlijk wel, maar door alle aandacht ervoor is er voor zaken als preventie juist minder aandacht, terwijl dat ook een belangrijk onderdeel is van het bestrijden van Hiv/aids. Maar ook bij preventie is er helaas een grote verkokering van wetenschappers die op allerlei vakgebiedjes bezig zijn,” zegt Lange.
Het heeft ontbroken aan leiderschap!, stelt Lange. “Vooral bij financiers, zoals de Bill en Linda Gates Foundation. Zij hebben ongelooflijk veel onzin gefinancierd en nooit met de vuist op tafel geslagen om Hiv/aids serieus aan te pakken. Als er wel leiderschap is, als beslissingen worden genomen door mensen die van de hoed en de rand weten, is het zeker mogelijk om Hiv/aids in 2055 uitgebannen te hebben. Het aardige is dat je op termijn veel geld bespaart door de ziekte uit te roeien. Aanvankelijk kost het natuurlijk een lieve duit om iedereen te behandelen, maar op de lange duur bespaar je alleen maar. Maar ja, op de lange duur: daar houdt de politiek niet van.”
No More Malaria
Als je zegt dat er jaarlijks 1 miljoen mensen sterven aan malaria is dat erg, maar wij kunnen ons er weinig bij voorstellen. Voor onze verbeelding maakt het weinig uit of het er 1 miljoen, 10 miljoen of 100 miljoen zijn. Dat verandert als wij zeggen dat er elke 30 seconden een kind in de Derde Wereld sterft aan malaria. Daar kunnen wij ons wel degelijk iets bij voorstellen.
In Afrika is malaria verantwoordelijk voor 20% van de kindersterfte. Malaria kwam tot 1958 ook in Nederland voor, maar niet in de complexe tropische varianten zoals die in de Derde Wereld voorkomen. Marit Farenhorst (onderzoeker bij de Universiteit Wageningen), legt uit: “Malaria is een ingewikkelde ziekte, waarbij je te maken hebt met de mens, de mug en de parasiet. Het feit dat malaria een parasiet is, of eigenlijk meerdere parasieten, maakt het bestrijden veel moeilijker. Zo kunnen parasieten zich heel goed aanpassen aan veranderde situaties. Stel dat het lukt om de bevolking ’s nachts onder een met DEET-geimpregneerde klamboe te krijgen, dan zal je zien dat een aantal muggen overdag gaan steken. Ook worden ze steeds vaker resistent tegen chemicaliën als DDT. Daarnaast is het bij parasieten veel moeilijker dan bij virus- of bacteriologische ziekten om een werkend vaccin te ontwikkelen. Dit soort vaccins is er op dit moment zelfs helemaal niet.” Wel succesvol lijkt het promotie-onderzoek van Farenhorst. Hierbij wordt de malariamug op biologische wijze bestreden met schimmels. “Vooral de muggen die al resistent zijn tegen andere middelen blijken hiervoor gevoelig. Of het de malariamug de beslissende slag gaat toedienen, zodat deze dodelijke ziekte in 2055 is uitgebannen in de wereld, moet nog blijken, maar het is in ieder geval een nieuwe stap in de goede richting.”
STELLING 7
DE WERELD ZAL IN 2055 DUURZAAM ZIJN. ENERGIE WORDT GEWONNEN UIT ZON, AARDWARMTE, WIND EN ANDERE SCHONE BRONNEN. ER ZAL SCHOON DRINKWATER ZIJN VOOR IEDEREEN.
Ownership van water
Joop de Schutter, adjunct-directeur Unesco-IHE, weet één ding is zeker: het ‘water’-doel voor 2015 halen wij niet. “Als wij die in 2055 halen, mogen wij al blij zijn. Het goede nieuws is dat er in ieder geval genoeg zoet water is. Maar daar gaat 70 tot 80 procent van af voor de voedselproductie. Slechts een heel klein percentage gaat op aan drinkwater. De reden waarom mensen geen toegang hebben tot drinkwater is dat de overheden er geen geld in willen steken. Er is een stuitende gebrek aan politieke wil. Er is van alles geprobeerd om zowel de kwantiteit als de kwaliteit van de watervoorziening beter te maken. De laatste trend was om de watervoorziening te privatiseren. Ook dat lukte niet. Als het bedrijfsleven de watersector al niet winstgevend kan maken, wie dan wel?
Er wordt vaak gezegd dat veel mensen geen toegang hebben tot water, maar dat kan eigenlijk niet: iedereen heeft toegang tot water, anders waren ze dood. Ook met vervuild water kunnen mensen overleven. De moeilijkheid is dat ze zich niet goed kunnen organiseren om ervoor te zorgen dat er water bij hun in de buurt is. Mensen in de slums van grote Derde Wereldsteden betalen per liter meer dan wij in het Westen. En toch is hun water van veel slechtere kwaliteit. Het beste zijn nog de waterpompen op het platteland – die geven meestal wel goed water. Toch ziet De Schutter ook nog wel lichtpuntjes: “Een veelbelovende ontwikkeling is dat kleine communities het initiatief om de waterwinning in eigen hand te nemen. Ownership noemen ze dat ook wel. Als mensen zelf verantwoordelijk zijn voor iets, zijn ze er veel zuiniger op dan als het van de gemeente is. Dit lijkt een goede ontwikkeling.”
Slums
Het Mexicaanse model: laat de armen bouwen
Otto Verkoren (Universiteit Utrecht) is al 30 jaar deskundige op het gebied van wonen voor de armen in Mexico. Ondanks de burgeroorlog tussen het leger en de drugskartels is de Mexicaanse overheid er aardig in geslaagd om huisvesting voor de armen te creëren. Niet dat alle slums verdwenen zijn, maar Verkoren is lovend over het huisvestingsmodel dat de overheid heeft ontwikkeld: “Het programma kent zijn gelijke niet. Het is qua bouwvolume – jaarlijks worden er 600.000 huizen gebouwd – en toegankelijkheid voor de armen uniek in Latijns Amerika.
De armen komen in aanmerking voor een perceel waarop een kamer is gebouwd en waar de rest door de bewoner/eigenaar wordt aangebouwd. De crux van het verhaal is dat de eigenaar, door zelf bij te bouwen, investeert in zijn woning. Als hij deze later wil verkopen dan zal zijn huis meer waard zijn dan toen hij er kwam wonen. Een andere manier om geld te verdienen is door het verhuren van kamers. Cruciaal bij dit alles is dat de bewoner ook de grond in eigendom heeft. Alleen dan is hij namelijk bereid om te investeren in zijn woning. Daarom is het ook belangrijk dat de gemeente een goed – op de behoeften van de armen gericht - grondbeleid voert. In een klimaat waarin slums worden platgewalst zal de bewoner niet durven te investeren in zijn woning en dus zal het aantal slums alleen maar toenemen. Het is de paradox van de slums: hoe meer je ze platgooit, hoe meer slums erbij komen.”
STELLING 8
HET ONDERSCHEID TUSSEN ARME EN RIJKE LANDEN ZAL IN 2055 VERDWENEN ZIJN DOOR DE STIJGENDE WELVAART EN EEN GELIJKERE VERDELING ERVAN.
Millenniumdoelstelling 8 is gedefinieerd als ‘Het ontwikkelen van een ‘Mondiale Samenwerking voor Ontwikkeling’. Deze doelstelling is een beetje een allegaartje aan sub-doelen, maar belangrijk is dat Doel 8 opkomt voor de belangen van de allerarmsten. Een van de targets is het lenigen van de specifieke noden van de minst ontwikkelde landen, van landlocked landen en kleine eilanden(groepen). Daarnaast zijn het kwijtschelden van de schulden en het – in samenwerking met het bedrijfsleven – beschikbaar maken van nieuwe technologische ontwikkelingen op het gebied van informatie en communicatie belangrijke sub-doelen.
Ton Dietz: Wereldregering
“Ik hoop dat er in 2055 een wereldregering is, met één economisch domein en omgangsvormen waaraan bedrijven zich moeten houden”, zegt geograaf Ton Dietz (Universiteit van Amsterdam). “Een soort Nelie Kroes op wereldniveau, die ervoor zorgt dat de grote bedrijven niet al te monopolistisch kunnen worden, en er dat tussen landen niet al te grote handelsongelijkheden bestaan. Daarnaast moet er een juridisch systeem komen, met een economische rechtbank waar bedrijven terecht kunnen om hun gelijk te halen.”
In 2055 zullen we de wereld niet meer terug herkennen: de VS zal allang niet meer de economische en politieke leider zijn, maar China en India zullen de scepter zwaaien, binnen de context van – naar ik hoop – een wereldregering. Deze regering zal hopelijk meer oog hebben voor de noden van de gebieden in de wereld waar nog steeds grote armoede heerst, zoals grote delen van Afrika, Zuidoost-Azië en Latijns Amerika. Het slechten van handelsbarrières is één ding, maar het is minstens zo belangrijk dat er tegen die tijd een vangnet is, waarin zaken als sociale zekerheid en sociale verzekeringen mondiaal geregeld zijn. Daarnaast zijn er grote gebieden die zo weinig comparatieve voordelen hebben op wereldschaal dat ze niet zoveel baat hebben bij het wegnemen van handelsbarrières. Deze arme gebieden – die over 50 jaar waarschijnlijk net zo arm zijn als nu - zijn meer gediend met een vrij verkeer van personen, maar dan moet eerst Fort Europa haar muren afbreken.
Het punt met de millenniumdoelen is dat ze aan het echte grote probleem voorbij gaan, namelijk het gebrek aan werkgelegenheid. Je kunt nog zoveel doen aan onderwijs, gezondheidszorg, en milieu: als de werkloosheid groot is, schiet je daar nog niks mee op. Er moet veel meer aandacht worden besteed aan het creëren en faciliteren van werkgelegenheid. Hierbij is het recht op arbeid cruciaal.”
Peter van Lier: Global Village Media
De naam van de organisatie Global Village Media spreekt boekdelen: we leven in een wereld waarin steeds meer informatie beschikbaar is in een steeds kleiner lijkende wereld. Na de Industriële Revolutie van eind 18de en begin 19de eeuw is er voor de mens geen ingrijpender ontwikkeling geweest dan de komst van Internet, zowel voor arme als rijke landen. Waar we in 2055 staan kan geen mens vertellen. Peter van Lier, directeur van Global Village Media, durft niet langer dan drie jaar vooruit te kijken, laat staan dat hij zich kan voorstellen – of kan voorspellen - wat de rol is van de media in 2055 in de (Derde) Wereld.
Van Lier: “De ontwikkelingsorganisaties zoals we die nu nog kennen, bestaan in 2055 niet meer, althans, niet in de vorm dat de overheid geld geeft aan organisaties hier om allerlei projecten en programma’s in arme landen uit te voeren. Het is het einde van een tijdperk dat ooit begon na de Tweede Wereldoorlog en dat nu - na zestig jaar – sterk aan het veranderen is . Niet dat het idee van hulp geven aan anderen zal verdwijnen – de meeste mensen helpen graag - maar het wordt een individuelere hulp, gebaseerd op persoonlijke betrokkenheid. Mensen zijn nu sceptisch over de resultaten van grote organisaties en overheid. Dat gaat veranderen en dat verandert nu al. Deze bijna persoonlijke hulp is overigens ook maar tijdelijk, omdat mensen zien dat ze in hun eentje bijna niets kunnen bereiken.
Overigens moeten we ook niet te sceptisch zijn over de werking van de hulp. Een mooi voorbeeld is te zien op de website TED.com, een organisatie met als missie aandacht te besteden aan het verspreiden van goede ideeën (ideas worth spreading). Hierin beargumenteert een Zweedse ontwikkelingsexpert dat het afnemen van de kindersterfte in Bangladesh en Tanzania in een veel sneller tempo gebeurt dan ooit het geval was in Zweden. Hij stelt dat de Westerse mens te snel resultaat wil zien. Dat is een grote fout: ontwikkeling heeft tijd nodig.
Tegelijkertijd denk ik dat er in ontwikkelingslanden een veel zelfbewustere generatie opstaat, die zelf eisen gaat stellen. Die zegt: “geef ons geen hulp, maar zorg ervoor dat allerlei handelsbarrières geslecht worden, zodat wij handel kunnen drijven. Het is een ontwikkeling die op dit moment in India opgeld doet.”
Mobiel netwerk
Hoe de media en de bijpassende techniek er in 2055 uitzien daarover durft Van Lier geen uitspraak te doen: “Als je nagaat dat Internet in zijn huidige vorm nog maar 15 jaar bestaat, en we in 2055 ruim 45 jaar verder zijn, dan lijkt het me duidelijk dat we daar nu weinig meer over kunnen vertellen dan dat iedereen een mobiele informatiedrager bij zich heeft, waarmee je van alles kunt zenden en ontvangen. Ik was laatst in Kenia waar al een mobiel netwerk is waarover je kunt betalen. Mijn gast betaalde de salarissen van zijn personeel met een paar drukken op de knop via dat netwerk. De begunstigde krijgt dan een sms-bericht waarmee deze persoon naar een soort bank kan gaan om zijn of haar salaris op te halen. Op dit gebied is Kenia verder dan Nederland. Het is de wet van de remmende voorsprong in optima forma.”
Fieke Jansen: 3 P’s
Ook voor Fieke Jansen, verbonden aan de humanistische ontwikkelingsorganisatie HIVOS, is het zonneklaar dat de huidige ontwikkelingsorganisaties óf verdwenen zullen zijn, óf in ieder geval zijn veranderd. Jansen: “Door de technologische vernieuwingen zullen we steeds meer wereldburgers worden en door de 3 P’s (Planet-People-Profit) zullen we steeds meer onderling verweven zijn. In 2055 zal de scheidslijn tussen private en corporate minder duidelijk zijn. Ook grote bedrijven als Shell zullen in de gaten krijgen dat het niet aangaat dat ze in Afrika alleen maar rijkdom weghalen en niets sociaals doen voor de landen waar ze gevestigd zijn. P-P-P zal ook belangrijk zijn om bij mensen in Noord en Zuid het gevoel te kweken dat we in één wereld leven. Mensen zullen steeds meer mondiaal gaan denken: niet alleen je eigen leefomgeving is belangrijk, maar ook het mondiale milieu is van belang.”
Volgens Jansen heeft de opkomst van nieuwe technologie in dit verband grote gevolgen voor een samenleving: “Alleen al de komst van de internetkabels in Oost-Afrika heeft enorme effect op die Afrikaanse samenlevingen. Er komt een stortvloed aan informatie vrij, er ontstaan nieuwe bedrijven, en er ontstaat een nieuwe middenklasse. Op dit moment groeit het aantal nieuwe websites vooral stormachtig in Latijns Amerika. In al die maatschappijen is er opeens heel veel informatie beschikbaar, waar ook de armen toegang toe hebben. Ze kunnen, bijvoorbeeld, via Internet een verzoek tot subsidiering van bepaalde activiteiten doen. Kortom, de wereld verandert sneller dan wij allen denken.”